zondag 11 mei 2014

Paul Scheffer versus Alain Finkielkraut over Europa en haar grenzen


Op 6 mei j.l. organiseerde ik, in het kader van de intellectuele uitwisseling tussen Frankrijk en Nederland, de vierde avond in Parijs: Alain Finkielkraut en Paul Scheffer spraken over Europa, migratie en identiteit.
Voor een impressie:

https://www.youtube.com/watch?v=tmAlA6efRHU&feature=youtu.be


Frontières nationales et identités européennes. Rencontre entre Paul Scheffer et Alain Finkielkraut
Débat / le mardi 6 mai 2014 / 19h - 20h30
Maison de l’Europe de Paris / 35-37, rue des Franc-Bourgeois / 75004 Paris

« La place rapidement changeante de l’Europe dans le monde, quel impact aura-t-elle sur sa diversité ? Quel sera l’avenir des frontières internes de l’Europe si sa frontière externe se trouve sous une pression augmentant ? » Voilà quelques questions que Paul Scheffer pose dans son essai récent sur La vitalité cachée de l’Europe.

Paul Scheffer, essayiste et professeur à l’Université de Tilburg (Pays-Bas), est l’un des plus grands spécialistes néerlandais quant à la question de l’immigration, du multiculturalisme et de l'identité. Son essai sur Le drame multiculturel (2000) ainsi que son livre La terre d’accueil, publié en 2007, ont suscité un vif débat aux Pays-Bas.

Scheffer rencontrera un intellectuel français qui, à travers son œuvre, s’est intéressé à des thèmes similaires: le philosophe et écrivain Alain Finkielkraut, qui vient d'être élu à l'Académie française. Son dernier essai, L’identité malheureuse, (Stock, 2013) tente de comprendre et de formuler une réponse à « la crise du vivre-ensemble » en France et en Europe.


À l’approche des élections européennes, les deux écrivains débattront sur les grandes questions de l'Europe d'aujourd'hui. Françoise Crouïgneau, vice-présidente de l’AJEF (Association des Journalistes Economiques et Financiers) », animera le débat, qui sera suivi d’un verre de l’amitié. Cette soirée, se déroulant en langue française, commencera à 19h, à la Maison de l’Europe de Paris. Elle est organisée par Margot Dijkgraaf, responsable des débats auprès de l’ambassade des Pays-Bas en France.

zaterdag 10 mei 2014

Nacht van de Europese LiteratuurMeer licht. Negen Europese schrijvers over Goethes laatste woorden

wo 14 mei 2014 - 20u30
In de Brakke Grond
Beroemde laatste woorden
'Mehr Licht' zijn de beroemde laatste woorden van Goethe. Met dit citaat in het achterhoofd schreven negen schrijvers uit negen landen een verhaal, een essay of een ander stuk proza. Zij gaan in gesprek o.l.v. Margot Dijkgraaf (SPUI25, NRC) en Jeroen van Kan (VPRO). De teksten worden muzikaal en theatraal bewerkt door Bas van Rijnsoever en kompanen. De voertaal van deze avond is Engels.

Met: Peter Terrin, Annette Pehnt, Ayse Kulin, Jaroslav Rudis, Manon Uphoff, János Bodnár, Fabrice Humbert, Ricardo Menéndez Salmón en Antoine Wauters. De teksten zijn gepubliceerd door Uitgeverij Cossee. Op vertoon van je pas van het Cultuurinstituut betaal je €6 aan de kassa / €4 online. 
Over de auteursDe Franse schrijver Fabrice Humbert is afgestudeerd in de letteren, agrégé en leraar aan het Frans-Duits lyceum bij Parijs. Hij heeft een aantal succesvolle romans geschreven:L'Origine de la violence, Prix Renaudot poche in 2010 (De oorsprong van het geweld) en La Fortune de Sila, Grand Prix RTL-Lire 2011, (Het lot van Sila) beide door Marianne Kaas vertaald en bij uitgeverij Atlas-Contact verschenen. Beide romans worden binnenkort verfilmd. Zijn laatste roman Avant la chute, is in 2012 verschenen.
De Duitse schrijver en literatuurwetenschapper Annette Pehnt woont en werkt in Freiburg. Ze debuteerde in 2001 met de roman Ich muss los, die bekroond werd met de Mara-Cassens-Preis voor het beste debuut van het jaar. Sindsdien heeft ze meerdere romans, verhalenbundels en kinderboeken gepubliceerd, die zowel door het publiek als de pers werden omarmd. In Nederland zijn drie romans verschenen: Eiland 34 (2006), Huis van de schildpadden (2008) en Als jij goud zegt, is het goud (2009). Annette Pehnt heeft diverse literaire prijzen ontvangen, waaronder de Solothurner Literaturpreis (2012) en de Hermann-Hesse-Literaturpreis (2012).
Antoine Wauters, geboren te Luik, studeerde wijsbegeerte. Hij werkt sinds een aantal jaren binnen het uitgeversbedrijf. Zijn boeken zijn in Frankrijk gepubliceerd bij Cheyne en Verdier. Hij werkt eveneens als filmscenarioschrijver en is sinds december 2013 redacteur van de ‘Collection Grise’ bij uitgeverij Cheyne.
Ayşe Kulin is één van de meest succesvolle en meest verkochte Turkse auteurs. In Istanbul studeerde ze af in de literatuurwetenschappen aan het American College voor meisjes. In haar verhalenbundels, biografieën en romans staat ze vooral bekend om haar boeiende verhalen over sociale en politiek controversiële onderwerpen. Gedurende de jaren tachtig werkte ze als tekstschrijver en verslaggever voor diverse kranten en tijdschriften. Daarnaast was ze scenarioschrijver, cineast en producent van films, televisieseries en reclames.
Janos Bodnár werd in Boedapest geboren. Hij heeft bij de Pedagogische Universiteit en de Academie voor journalistiek aldaar gestudeerd. Hij is journalist en schrijver - hij schrijft o.a. voor de literaire bijlage van het dagblad Népszava - en is ook al 25 jaar uitgever. Daarnaast, is hij 20 jaar foto-editor en art director bij verschillende tijdschriften.
Janos Bodnár heeft twee boeken geschreven over Andre Kertész; momenteel is hij bezig met een publicatie over het leven en het werk van beroemde Hongaarse fotografen.
Jaroslav Rudiš, geboren in Tsjechië schrijft romans, toneelstukken en scenario’s en is ook actief als muzikant. Hij studeerde germanistiek, geschiedenis en journalistiek in Liberec, Zürich en Berlijn. Van 2012 tot 2013 was hij gasthoogleraar aan de Humboldt Universiteit (Berlijn). Rudiš schrijft in het Tsjechisch en het Duits en leeft afwisselend in Tsjechië en Duitsland.
De Nederlandse Manon Uphoff heeft o.a. literatuurwetenschap in Utrecht gestudeerd. Manon Uphoff debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte, die op de shortlist van de AKO Literatuurprijs terechtkwam. Daarop volgde drie romans, drie verhalenbundels en twee novellen. De roman Gemis stond op de shortlist van de Libris Literatuurpijs. Voor de novelle De ochtend valt kreeg Uphoff de Opzij Literatuurprijs. in 2013 verscheen de verhalenbundel De zoetheid van geweld.

Peter Terrin is een Vlaams schrijver. Hij schreef twee verhalenbundels en vier romans. Zijn recentste roman Post mortem is zeer lovend ontvangen en is genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2012. Zijn vorige roman, De bewaker, haalde de longlist van de Gouden Uil en AKO Literatuurprijs, en de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2010. Uiteindelijk won het boek de European Union Prize For Literature 201O. De vertaalrechten zijn verkocht aan vooraanstaande uitgevers in twaalf landen; het boek zal onder meer verschijnen in het Engels, Frans, Italiaans en Hebreeuws. De stijl van Terrin wordt vaak vergeleken met die van Kafka, Willem Frederik Hermans en Albert Camus.
De Spaanse Ricardo Menéndez Salmón werd geboren in Gijón en studeerde filosofie aan de Universiteit van Oviedo. Hij schrijft voor de kranten ABC, El Confidencial en La Nueva España, en de tijdschriften El Mercurio, Quimera en Tiempo. Naast een reisboek, Asturias para Vera (Imagine, 2010), heeft hij twee verhalenbundels geschreven: Los caballos azules (Trea, 2005) en Gritar (Lengua de Trapo, 2007). Bovendien heeft hij de volgende romans op zijn naam staan: La filosofía en invierno (KRK, 1999 y 2007), Panóptico (KRK, 2001), Los arrebatados (Trea, 2003), La noche feroz (KRK, 2006; Seix Barral, 2011), Trilogía del mal —bestaande uit La ofensa (Seix Barral, 2007), Derrumbe (Seix Barral, 2008) en El corrector (Seix Barral, 2009)—, La luz es más antigua que el amor (Seix Barral, 2010), Medusa (Seix Barral, 2012)en Niños en el tiempo (Seix Barral, 2014).
De voertaal van deze avond is Engels / Georganiseerd door EUNIC en mede mogelijk gemakt door de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland / Fotocaroussel: Antonie Wauters, Jaroslav Rudis, Peter Terrin en Ricardo Menéndez Salmón
Reserveren: http://www.brakkegrond.nl/programma/1389/Nacht_van_de_Europese_Literatuur/Meer_licht_Negen_Europese_schrijvers_over_Goethes_laatste_woorden/

dinsdag 22 april 2014

Bovary21 - Emma Bovary aan het begin van de 21e eeuw

Essay, blog, reflectie op de consumptiemaatschappij, hilarische dialoog met een verre fictieve voorouder - dat alles is Bovary21, een  bizarre roman van Georges Lewi, verschenen bij de onbekende uitgeverij François Bourin.  Het boek speelt met tijd en plaats, gooit allerlei vocabulaires door elkaar, ontregelt en boeit. De vertelster is Emma7, de zevende nakomeling van Emma Bovary, die, als bekend, in Flauberts boek zelfmoord pleegde door arsenicum te nemen. Nummer één tot en met zes - allemaal zijn ze op hun 27e om het leven gekomen. Ze horen tot de fameuze club van 27, met Kurt Cobain, Jimi Hendrix en Jim Morrison. Emma7 is zich ervan bewust dat haar eenzelfde lot beschoren zou kunnen zijn. In een groot deel van het boek richt ze zich in de jij-vorm tot haar oermoeder, ze kent iedere zin uit Madame Bovary en refereert er in haar tekst voortdurend aan. Alle zinnen uit de roman echoën na in dit boek.


Bovarysme - in onze tijd geldt het als een fenomeen dat bij jonge mensen wordt geconstateerd, een gevoel van onbehagen, ontevredenheid, het idee niet te voldoen aan de hoge verwachtingen die men van zichzelf heeft, onvrede over het idee dat men niet op zijn merites wordt geschat. Het kind is opgevoed als prinsje, hij wordt geprezen, er wordt naar hem geluisterd, autoriteit is uit den boze. Dan komt de kennismaking met de maatschappij hard aan.
Emma7 is een kind van haar tijd: ze is een kei in marketing, is ideeënrijk en beheerst alle verkooptechnieken tot in de puntjes. Als stagiaire bij Gody (een wereldwijde fabrikant van blikjes te zoete frisdrank), zet ze in opdracht van haar baas Charles een nieuwe 'duurzame' verkooplijn uit, waarmee de blikjes een zogenaamd groen imago zullen krijgen. Er is uiteraard niets duurzaams, laat staan iets groens aan het produkt - het gaat om de winst, de verkoop, de marge. Langzamerhand komt Emma7 terug van haar gewetenloze marketingtechnieken. Ze doet ervan verslag ophaar wereldwijd gelezen blog en neemt zo het voortouw in een proces van bewustwording van haar generatie.
In die blogs karakteriseert ze haar tijdgenoten, 'les nouveaux Bovary', geboren rond 1990, groot geworden met wikipedia en google, zonder enig historisch besef, onzeker en zoekend naar houvast. En toch - wat is er nu écht voor nieuws onder de zon? Haar Charles lijkt precies op de Charles van haar verre voorouder, en ook de charmante Rodolphe is niets veranderd. Emma7 mag dan duizenden vrienden hebben op facebook en honderdduizenden volgers op twitter - veel gelukkiger is ze niet. Bovary21 is geestig én verontrustend, hilarisch én to the point.

George Lewi, Bovary21, Editions François Bourin.


zondag 13 april 2014

Pierre Rosanvallon en zijn pamflet over het parlement van de onzichtbaren

De bestuurder van de metro die door de donkere krochten van Parijs rijdt, de leverancier die uitgescholden wordt omdat zijn vrachtwagen voor opstoppingen zorgt, de voortijdige schoolverlater die als arbeider in een opslagplaats terecht komt - al deze mensen doen hun verhaal in een van de boekjes uit de serie Raconter la vie. Tientallen anderen vertellen over hun dagelijks leven op de gelijknamige website. Ze zijn onderwijzer, verpleegster, vertegenwoordiger of advocaat, ze wonen in de banlieue of op het platteland, ze zijn zwart, gescheiden, werkeloos, theatergek, boos of bevlogen. Zoveel mensen, zoveel verhalen. 'De échte roman van de samenleving van nu', verkondigt de homepage van de website enigszins provocerend. Wie wil weten hoe Frankrijk ervoor staat, hoe het leven van de gemiddelde Fransman eruit ziet, hoeft, met andere woorden, alleen maar zijn verhaal te lezen.



Dat is het uitgangspunt van het manifest van de Franse socioloog Pierre Rosanvallon, een autoriteit op het gebied van democratie en democratisch burgerschap, een Europese links-geëngageerde, politieke denker, verbonden aan het Collège de France en twee jaar geleden in Nederland onderscheiden met de Spinozalens. Steeds weer wijst hij in zijn werk op de erosie van het vertrouwen in de politiek - volgens hem niet per se negatief - en duidt hij de opkomst van het populisme en het verzet tegen de elite. In de Nederlandse introductie op zijn werk, Democratie en tegendemocratie, betoogt hij onder andere dat Europa niet democratischer wordt via instituties. Juist de maatschappelijke pluriformiteit moet meer tot uitdrukking komen: moderne, kritische burgers moeten permanent hun stem verheffen, hun politieke leiders controleren, reageren als hen iets niet bevalt.
Met zijn manifest blijft het niet bij constateren en duiden, maar onderneemt Rosanvallon daadwerkelijk actie. De politiek is niet in staat effectief op de enorme veranderingen in de maatschappij te reageren, vindt hij, de burger voelt zich onbegrepen en in de steek gelaten, niet gehoord en buitengesloten. De burger is, kortom, onzichtbaar, hij doet niet mee. Het 'parlement van de onzichtbaren' dat hij in het leven roept, geeft hem een stem, laat hem zijn verhaal vertellen.
Zoals David van Reybrouck in zijn boek Tegen verkiezingen betoogde dat het concept van de democratie onder druk staat, meent ook Rosanvallon dat het huidige systeem niet meer voldoet: hoe vorm te geven aan een democratie waarin het volk minder 'leesbaar' is geworden, waarin alles draait om het individu, het persoonlijke? Door middel van een 'narratieve democratie', denkt Rosanvallon, een democratie waarbij de stem van de burger zich niet beperkt tot het moment van de verkiezingen, maar een waarin hij voortdurend zijn stem laat horen.
Daarbij plaatst de socioloog zich nadrukkelijk in de literaire traditie. Vooral voor de roman ziet hij een rol weggelegd, voor het 'récit' om precies te zijn. Al in de negentiende eeuw verscheen de Encyclopédie morale du XIXe siècle, Les francais peints par eux-mêmes, een reeks van mer dan vierhonder geïllustreerde teksten, alle toegespitst op ‘types’ en ‘karakters’ van die tijd (postbode, scharensliep, zijdeverver, kantoorbediende). De vorm van de ‘morele encyclopedie’ sloot aan bij de toen heersende mode van de zogenaamde ‘fysiologieën’, korte geestige karakterschetsen waarop alle toen beroemde schrijvers zich toelegden. De reeks wilde de lezers een sociaal panorama van hun eeuw verschaffen – literatuur als spiegel van de maatschappij.
Maar Rosanvallon plaatst zijn initiatief in een bredere traditie. Hij refereert ook aan Dickens, Thackeray en Trollope, auteurs die hun lezers een waarachtig beeld van hun tijd wilden voorschotelen. Dat ook politici het belang van schrijvers, dramaturgen en andere kunstenaars kunnen inzien, illustreert Rosanvallon met het Federal Writers' Project van Franklin D. Roosevelt. Na de crisis van 1929 gaf de Amerikaanse president  zo'n 6000 kunstenaars opdracht  een portret van het land te vervaardigen, wat resulteerde in een reeks gidsen die niet toeristisch van aard waren, maar eerder sociologisch. Het ging om het leven van de 'gewone Amerikaan'.
In de recente Franse literatuur ontdekt Rosanvallon ook een aantal auteurs die volgens hem sociologisch te werk gaan. Annie Ernaux, Pierre Michon en François Bon nemen allemaal de gewone of marginale mens als uitgangspunt voor hun werk. Verder wijst hij op het succes van de policier in Frankrijk en van onderzoeksjournalisten als Florence Aubenas. Ook buiten Frankrijk ziet hij een terugkeer naar 'récits de vie', verhalen met een nauwere band met de werkelijkheid. In Nederland zou je kunnen denken aan het succes van het concept 'waar gebeurd' en de documentaire non-fictie.    
Literatuur is, volgens Rosanvallon, essentieel in de ontwikkeling van de democratie, zij heeft een morele en politieke functie in het scheppen van een gemeenschappelijke wereld. Zij geeft mede vorm aan het Europa van morgen. De samenleving moet worden verteld, betoogt Rosanvallon - dat is niet alleen de taak van de literatuur, maar ook van de wetenschap, de pers en de film. In onze tijd worden kunst en cultuur gedwongen hun maatschappelijk nut aan te tonen - Rosanvallon verschaft hier een mogelijk antwoord. De kunstenaars hebben zich tot nu toe niet laten horen. Dat kan nog een interessant debat opleveren.  


Pierre Rosanvallon, Le parlement des invisibles. Seuil. 69 blz. www.raconterlavie.fr.
Van dit stuk stond een ingekorte versie in NRC Handelsblad van 4 april j.l.

zondag 6 april 2014

Guy Walter: Outre mesure

Guy Walter is het boegbeeld van de Villa Gillet in Lyon, de motor achter het literaire evenement Les Assises du Roman en een aantal andere grote, internationale, ook niet-literaire festivals in Frankrijk en in New York. Maar hij is ook schrijver. Onlangs verscheen van hem een prachtige verhalenbundel Outre mesure, bij uitgeverij Verdier.



Verhaal, gedicht, beschouwing, een schilderij van woorden - er is eigenlijk geen genreaanduiding te bedenken voor wat Walter in zijn boek doet. Als lezer laat je je meevoeren in zijn schitterende taalgebruik, dat meer van poëzie dan van proza weg heeft. Hij heeft het over Rimbaud en Verlaine, over de schilders Antonio Mancini, over Trophime Bigot en Quentin Varin. Over hun vaders, het licht dat ze zoeken, over onuitgesproken vriendschap, hun 'folie'. Ze zijn volstrekt onbekend, maar Walter brengt ze van binnenuit, alsof hij ze heeft gekend. Hij psychologiseert niet, maar wijst op details. De hoeken van de tafel waaraan Fantin-Latour Verlaine en Rimbaud schildert, staande temidden van de Parnassiens, de literaire avant-garde van zijn tijd.
Zijn personages zoeken hun weg, ontdekken hun lichaam, hun seksualiteit. Ze laten hun tienertijd achter zich, weten dat ze voorbestemd zijn voor een leven dat anders is dan dat van de anderen. Ze worden gedreven door wat Hella S. Haasse de 'daimoon' noemde, de kracht van de creativiteit, met het vonkje 'folie' dat daarbij hoort. In het eerste récit lijkt Walter zichzelf meer plaats te geven dan in de andere vier verhalen. Zelden heb ik elders zo prachtig gelezen welke impact de kennismaking met de kunst, met de literatuur, met de schilderkunst kan hebben op een adolescent. Kunst laat de wereld openspringen, zei Haasse me ooit, en dat is precies wat Walter hier onder woorden weet te brengen. Wie wil lezen wat kunst vermag, leze Outre mesure. Het hier parafraseren zou slechts een bleke weergave kunnen zijn van zijn messcherpe, poëtische stijl.



'Je savais d'ores et déjà que je n'étais pas tout à fait pareil, pas tout à fait un garçon comme les autres, et parfois le pas tout à fait, le d'ores et déjà, m'empêchaient de respirer et je compris tout de suite, sans attendre, que respirer, ce serait ce qu'il me faudrait défendre, que c'était même la seule chose qu'il faudrait que je sache défendre, tout ma vie, envers et contre tout.'
'J'ai compris que tous ces poèmes faisaient souffler le vent dans les veines, battre le coeur, oui, et que c'était cela la grandeur, l'agrandissement, et que plus jamais je n'aurais peur, que ce serait impossible pour moi d'avoir peur, fini la peur, parce qu'il me suffisait de respirer pour être aux dimensions de la nuit, aux dimensions du jour.'

Guy Walter, Outre mesure, Verdier, 89 blz, € 11


vrijdag 28 maart 2014

nl@france: Cees Nooteboom en Adam Thirlwell



Op de residentie van de Nederlandse ambassadeur in Parijs luisterden zo'n honderdvijftig mensen naar twee Europese schrijvers. De een op leeftijd, bereisd, met een enorm, wereldwijd vertaald oeuvre op zijn naam, de ander jong, met altijd een just out of bed look en net klaar met het schrijven van zijn derde roman. De moedertaal van de een is Nederlands, de ander Engels. Beiden vloeiend in het Frans. Onder leiding van Oriane Jeancourt van het tijdschrift Transfuge spraken beiden over 'joyeuse mélancholie', over Kafka, Poseidon, over vertalingen en vriendschap.


Onlangs verscheen Lettres à Poseidon in de Franse vertaling van Philippe Noble, een boek waarin de auteur een gesprek aangaat met Poseidon. Nooteboom: 'Als er iemand is die je een vraag kunt stellen over sterfelijkheid, is het wel aan een onsterfelijke'. 'Ja, ik wist wel dat ik geen antwoord zou krijgen'.

Jeancourt memoreert de oneerbiedigheid waarmee Nooteboom de mythen bejegent, u speel met het heilige! Adam Thirlwell: 'les croyances détruisent les mythes'. Nooteboom: 'le mythe est un conte de fées écrit par un peuple'.

Nee, geen van beiden wil of kan in een andere dan zijn moedertaal schrijven. Nooteboom: 'Vanmiddag was ik hier in een protestantse kerk, ik bekeek het orgel. Een orgel heeft veel registers, waaronder het vox humana. In mijn werk bespeel ik alle registers, als ik in een andere taal zou moeten schrijven, dan zou ik hoogstens een klein gitaartje zijn'. Ook Thirlwell was niet van plan het ooit te proberen: verder dan een soort 'roman noir' zou hij, dacht hij, niet komen.

vrijdag 14 maart 2014

NL@France: Guillaume Klossa in debat met Luuk van Middelaar

A nous maintenant d'écrire la suite de l'Histoire. Het is de laatste regel van het onlangs verschenen boek van Guillaume Klossa, Une jeunesse européenne. Met dat 'nous' verwijst Klossa, oprichter en voorzitter van de Europese denktank EuropaNova, naar zijn eigen generatie, de veertigers van nu, die nu aan het roer staan dan wel zich opmaken om cruciale posities in te nemen.




Welke associaties heeft een veertiger van nu bij het begrip Europa? Wat denkt de generatie die nu aantreedt om haar stempel op de samenleving te drukken? In zijn boek Une jeunesse européenne schrijft Guillaume Klossa zijn eigen parcours. Zijn wake-up call kreeg hij op 21 april 2002, de dag dat de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen bleek te gaan tussen de zittende president Jacques Chirac en de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen. Ineens realiseerde hij zich dat alleen een hecht Europa het antwoord kon zijn op de extreem-rechtse bewegingen. Alleen Europese solidariteit kon een continent redden dat bang was haar verworvenheden te verliezen en  bevreesd was voor haar veiligheid.
Klossa's generatie maakte de val van de muur mee (begeleid door de hit The Wall van Pink Floyd), de hereniging van Duitsland, het geweldloze uiteenvallen van de Sovjet Unie en de uitbreiding van de Europese Unie. Dankzij zijn activiteiten in het Europees Jeugdparlement, een internationale jeugd-NGO, ontmoette Klossa voorvechters van een hecht Europa, zoals de Poolse historicus Bronislaw Geremek en de oud-verzetsstrijder Stéphane Hessel, auteur van het succesvolle pamflet Indignez-vous!. Steeds weer wezen zij erop erop dat de Europeanen zich niet realiseren hoezeer het Europa van vandaag wordt bepaald door het begrip vrijheid, het allergrootste goed, waarvan de rest van de wereld alleen maar kan dromen. Na 11/9, de moord op Fortuyn en de afwijzing door de Fransen en Nederlanders van het voorstel voor een nieuwe Europese Grondwet bij het referendum in 2005, zette Klossa zich in voor een politieke Europese Unie en een gezamenlijke Europese buitenlandse politiek: Europa als laboratorium voor een betere wereld, op zoek naar een nieuwe invulling van het begrip democratie.
Uiteindelijk is Klossa, ondanks zijn Europese vuur en overtuiging, niet optimistisch. De financiële wereld is ontspoord, de democratie functioneert niet meer, de economische crisis leidt tot stilstand. Ook zijn generatie beseft niet hoe belangrijk Europa is, ook de veertigers laten het afweten. De crisis maakt hen murw, wie kan nog de energie opbrengen die nodig is om de toekomst van Europa vorm te geven? Toch moeten zij de fakkel overnemen.


Op 10 april zal Guillaume Klossa, in Parijs, in debat gaan met de Nederlandse filosoof en historicus Luuk van Middelaar, adviseur en tekstschrijver van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy. Van Middelaar is de auteur van Politicide en De passage naar Europa. Geschiedenis van een begin.

Voor meer informatie: Koen.Damhuis@minbuza.nl