zaterdag 21 maart 2015

Herman Koch in Berlijn

Herman Koch is in Duitsland een bestsellerauteur. Angerichtet, Odessa Star en Sommerhaus mit Swimmingpool vind je in elke Berlijnse boekhandel. Het is dan ook lekker druk bij de presentatie van zijn nieuwe boek Sehr geehrter Herr M, in de Nederlandse Ambassade in Berlijn. Keurige dames en ook heren, van alle leeftijden. Een heer met een prachtige kuif, oranje voorschoot en dito vlinderdas biedt de gasten bretzels en jus d’orange aan. Het uitzicht over de Spree vanuit het schitterende door Rem Koolhaas vervaardigde gebouw is magisch. Koch wordt (lang!) ingeleid door Barbara Wahlster, Literatur-Redakteurin bei Deutschlandradio Kultur. Koch geldt hier als Kolumnist, Komiker en Fernsehmacher en hij is – belangrijk! – Spiegel bestsellerautor. Cees Nooteboom heeft zijn roem te danken aan de criticus Marcel Reich-Ranicki en in zijn voetspoor kregen meer Nederlanders voet aan de grond in Duitsland. Duitsers weten dat Nederland een literatuur heeft, dat is meer dan je doorgaans van de Fransen kunt zeggen.




Wahlster laat Koch vertellen over de tot stand koming van zijn boek. Het publiek verwacht een Komiker en dat levert Koch dan ook. Twaalf jaar geleden aan het boek begonnen, nu pas afgemaakt. Zelf wist hij ook niet hoe het boek zou aflopen, dan zou hij zich immers vervelen. De vele stemmen, de parodie, de brieven en de link met de werkelijkheid. De interviewster brengt Kochs thematiek op, zit het thema schuld niet vaak in zijn werk? Lastige vraag, vindt Koch, liefde en oorlog, dat zijn natuurlijk de allerbeste literaire thema’s. Het beste is, zegt hij, een oorlog meemaken, dan kun je als schrijver nog jaren voort. Het publiek valt stil. De liefde, scheidingen?, vraagt Wahlster. Koch vertelt dat een schrijver bij zoiets altijd in het voordeel is: hij kan erover schrijven, de partner die niet kan schrijven moet noodgedwongen zijn mond houden en is in het nadeel. In Nederland was er onlangs een geval van gelijke positie, een schrijversstel ging uit elkaar, de man schreef daarover een boek, maar had er geen rekening mee gehouden dat zijn vrouw ook schrijfster was. Ik denk dat mijn vrouw daarom nog steeds bij mij blijft, zegt Koch. Het blijft een paar seconden stil. Das war ein Witz, voegt hij eraan toe. Het publiek lacht.


dinsdag 17 maart 2015

Kadare en Sophokles in Berlijn

Op uitnodiging van het Goethe Instituut verblijf ik enige tijd in Berlijn. Ik fris mijn Duits op. Samen met acht anderen krijg ik vijf uur per dag les van een uitstekende docente, die tevens actief is als politica voor Die Grünen. Er zitten twee artsen bij uit Saoedie-Arabië, waarvan één hoogzwanger; twee jongemannen die werktuigbouw willen gaan studeren in Berlijn; een Amerikaanse diplomate die binnenkort naar Pakistan wordt uitgezonden; een Indische die Duits wil doceren; een Italiaanse die een tolkenopleiding in Berlijn wil gaan doen; een jonge  Spaanse die tegen de wil van haar ouders is vertrokken, ze had genoeg van de uitzichtloosheid van haar eigen land. Jonge mensen die vastberaden zijn iets van hun leven te maken. Meer dan de helft wil voor zeker tien jaar in Duitsland blijven. De Duitse economie gaat goed, de Duitse taal heeft de toekomst, vinden ze.

Ik raak bevriend met een Albanese uit mijn groep. We raken aan de praat over Ismaël Kadare, de gedoodverfde Nobelprijskandidaat uit Albanië, die hem maar niet krijgt. Ze heeft veel van hem gelezen. Zo is het echt, bij ons, zo absurd, zegt ze. De corruptie is onvoorstelbaar. Gelukkig heeft Tirana nu een goede burgemeester die daartegen vecht, hij probeert de corruptie aan banden te leggen, voert regels in om de ongebreidelde woningbouw die de stad tot een chaos maakt, aan banden te leggen. A. komt uit Tirana, ze is in Berlijn om haar Duits te perfectioneren. Thuis doceert ze Duits, ze geeft les aan kinderen. Alle Albanezen willen Duits leren, zegt ze, en alle ouders die ambities voor hun kinderen hebben sturen ze op Duitse les, al vanaf heel jonge leeftijd. Veel geeft ze niet prijs over haar leven. Na een paar dagen hoor ik dat ze met vier vrouwen op een kleine etage woont, apart wonen is te duur. Ze is enig kind en zorgt voor haar bejaarde moeder met wie ze veel belt. Het is goed als kinderen Duits leren, zegt ze, dan zijn ze tenminste veilig. Veilig? Het is gevaarlijk om kind te zijn bij ons, zegt ze, er is veel geweld. Absurd veel.


We gaan naar de Volksbühne, waar Ödipus Tyrann, van Sophokles/Hölderlin gespeeld wordt, in de versie van de Italiaanse ‘Extremtheatermacher’ Romeo Castellucci. Ich bin zo glücklich, zegt A. zachtjes tegen me. We zien een absurde Oedipousversie, deels gesitueerd in een duister klooster met schuivende panelen, deels in strak een stralend wit-gouden decor. Uiterst klassiek Duits, nauwelijks beweging, nauwelijks intrige. Aan het eind blijven drie opgeblazen anussen achter op het toneel, die luid winden laten. Het publiek, dat twee uur lang als versteend heeft gezeten, begint te lachen. Absurd.
       

zondag 15 maart 2015

Haltestelle Berlin

Op uitnodiging van het Goethe Instituut, verblijf ik twee weken in Berlijn. Iedere ochtend neem ik de U-Bahn van Pankow naar de Weinmeisterstrasse, overstappen op Alexanderplatz. Iedere dag denk ik een paar keer aan Alfred Döblin en zijn roman Berlin Alexanderplatz



Van het omroepen van de haltes hebben ze hier iets bijzonders gemaakt. Wie uit een bepaalde buurt komt kan zich bij het Berlijnse vervoersbedrijf opgeven om het omroepbericht van zijn of haar straat in te spreken. ‘Hallo! Hier ist Belinda uit Pankow’, schalt dan vrolijk een jonge meisjesstem door het rijtuig, ‘nächtste Haltestelle Rosa Luxemburger Platz’. Of  een doorrookte stem verkondigt ‘Hallo! Hier ist Robert aus Senefeld. Nächste Haltestelle Eberswalderstrasse’, waarna hij ook nog een westernliedje inzet en ons een avontuurlijke dag toewenst.

Het is weer eens wat anders. Stel het GVB roept de Amsterdammers op een tekst in te spreken met een cultureel feit over de buurt van de halte. Wat zou je dan krijgen? ‘Ha, hier is is Peter, volgende halte: Leidseplein. Hier werd op 3 januari 1638 voor het eerst de Gijsbrecht van Vondel opgevoerd.’ Of: ‘Hallo, hier is Marijke, volgende halte Albert Cuijp. Hier om de hoek, in de Gerard Doustraat, werd in 1951 André Hazes geboren’. Of ‘Hallo, ik ben Duane. Volgende halte: Waterlooplein. Om de hoek het stadhuis, dat Anna Enquist voor twee jaar tot stadsdichter benoemde’.


Het GVB kan reageren op de oproep van de staatssecretaris om ideeën te leveren voor de onderwijsagenda 2032. En de reiziger steekt er nog wat van op ook.


maandag 16 februari 2015

20 titels op de longlist van de Europese Literatuurprijs 2015


De longlist voor de Europese Literatuurprijs 2015 is bekend. Een jury van Nederlandse en Vlaamse kwaliteitsboekhandels nomineerde twintig romans uit elf verschillende talen, variërend van bekende schrijvers als Ian McEwan en Karl Ove Knausgård tot onbekendere als Rafael Chirbes en Pierre Lemaitre. De prijs bestaat uit een geldbedrag van € 10.000 voor de schrijver en € 5.000 voor de vertaler van het winnende boek.

Uit de longlist blijkt dat de geschiedenis van Europa nog steeds een centrale rol vervult in de moderne literatuur. Ongeveer een derde van de boeken heeft één van de Wereldoorlogen of de erfenis van een dictator als onderwerp of als decor. Schrijvers als Javier Cercas, António Lobo Antunes en Jenny Erpenbeck bewijzen dat auteurs nog lang niet zijn uitgeschreven over de veelbewogen twintigste eeuw.
Dit geldt niet voor alle auteurs. Sofi Oksanen kiest bijvoorbeeld in haar roman Een bundel haarspelden voor introspectie, terwijl Ian McEwan inDe kinderwet een moreel dilemma uitwerkt.
De volgende twintig titels zijn genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2015 (in alfabetische volgorde op naam van de auteur):
  • Outlaws van Javier Cercas,
    uit het Spaans vertaald door Jos den Bekker (De Geus)
  • Aan de oever van Rafael Chirbes,
    uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal (Meridiaan)
  • Een handvol sneeuw van Jenny Erpenbeck,
    uit het Duits vertaald door Elly Schippers (Van Gennep)
  • Het geweten van Roberto Doni van Giorgio Fontana,
    uit het Italiaans vertaald door Philip Supèr (Wereldbibliotheek)
  • Het zwart en het zilver van Paolo Giordano,
    uit het Italiaans vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd (De Bezige Bij)
  • Bij wijze van roman van Yannis Kiourtsakis,
    uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda (Ta Grammata)
  • Schrijver van Karl Ove Knausgård,
    uit het Noors vertaald door Marianne Molenaar (De Geus)
  • Het feest der onbeduidendheid van Milan Kundera,
    uit het Frans vertaald door Martin de Haan (Ambo|Anthos)
  • Tot ziens daarboven van Pierre Lemaître,
    uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes (Xander Uitgevers)
  • Als een brandend huis van António Lobo Antunes,
    uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens (Ambo|Anthos)
  • De kinderwet van Ian McEwan,
    uit het Engels vertaald door Rien Verhoef (De Harmonie)
  • Een maaltijd in de winter van Hubert Mingarelli,
    uit het Frans vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos (Meulenhoff)
  • Tijdmeters van David Mitchell,
    uit het Engels vertaald door Niek Miedema & Harm Damsma (Nieuw Amsterdam)
  • Een bundel haarspelden van Sofi Oksanen,
    uit het Fins vertaald door Marja-Leena Hellings en Sophie Kuiper (Ambo|Anthos)
  • Gelukkig de gelukkigen van Yasmina Reza,
    uit het Frans vertaald door Eef Gratama (De Bezige Bij)
  • De vrouw op de trap van Bernard Schlink,
    uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink (Cossee)
  • De goede minnaar van Steinunn Sigurðardóttir,
    uit het IJslands vertaald door Marcel Otten (World Editions)
  • Venushaar van Michaïl Sjisjkin,
    uit het Russisch vertaald door Gerard Cruys (Querido)
  • Een verzonnen leven van Karine Tuil,
    uit het Frans vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos (De Bezige Bij)
  • De huisgenoten van Sarah Waters,
    uit het Engels vertaald door Sjaak de Jong, Nico Groen en Marijke Versluys (Nijgh en Van Ditmar)
Uit deze lijst zal een vakjury vijf romans selecteren. Deze shortlist wordt dinsdag 2 juni bekendgemaakt op een feestelijke avond in Spui25 in Amsterdam. Een uitgebreid overzicht van de geselecteerde titels vindt u op www.europeseliteratuurprijs.nl.
In april en mei, voorafgaand aan de bekendmaking van de shortlist, maken verschillende genomineerde literair vertalers een tournee langs de betrokken boekhandels - de zogeheten ‘Vertalersgeluktournee’.

Over de Europese Literatuurprijs

De Europese Literatuurprijs bekroont de beste Europese roman die in het afgelopen jaar in Nederlandse vertaling is verschenen en wordt in 2015 voor de vijfde keer uitgereikt. Eerder ging de prijs naar Marie NDiaye’s roman Drie sterke vrouwen, vertaald door Jeanne Holierhoek,Alsof het voorbij is van Julian Barnes, vertaald door Ronald Vlek,Limonov van Emmanuel Carrère, vertaald door Katrien Vandenberghe en Katelijne de Vuyst en De preek over de val van Rome van Jérôme Ferrari, vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos.

Partners

De Europese Literatuurprijs is een initiatief van Academisch-cultureel Centrum SPUI25, Athenaeum Boekhandel, het Nederlands Letterenfonds en weekblad De Groene Amsterdammer, en wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Lira Fonds en de De Lancey and De La Hanty foundation.
De longlistjury bestaat uit de volgende boekhandels:
  • Athenaeum Boekhandel, Amsterdam (www.athenaeum.nl)
  • Athenaeum Boekhandel, Haarlem (www.athenaeum.nl)
  • Eerste Bergensche Boekhandel, Bergen (www.eerstebergenscheboekhandel.nl)
  • Boekhandel Blokker, Heemstede (www.boekhandelblokker.nl)
  • Boekhandel den Boer, Baarn (www.boekhandeldenboer.nl)
  • Het Colofon, Arnhem (http://www.hetcolofon.nl/)
  • Boekhandel v/h Van Gennep, Rotterdam (www.boekhandelvangennep.nl)
  • Boekhandel Godert Walter, Groningen (www.godertwalter.nl)
  • De Groene Waterman, Antwerpen (www.groenewaterman.be)
  • Boekhandel Van Kemenade en Hollaers, Breda (www.libris.nl/vankemenade-hollaers)
  • Boekhandel Krings, Sittard (www.boekhandelkrings.nl)
  • Literaire Boekhandel Lijnmarkt, Utrecht (www.literaireboekhandellijnmarkt.nl)
  • Boekhandel Van Rossum, Amsterdam (www.boekhandelvanrossum.nl)
  • Boekhandel Van Someren & ten Bosch, Zutphen (www.libris.nl/vansomeren-en-tenbosch)
(bron: website Letterenfonds)

woensdag 28 januari 2015

In de huid van een jihadiste: jihad 2.0. Huiveringwekkend realistisch.

Hoe werkt het, een jong meisje in Europa recruteren voor de jihad? Dat lees je in het vorige week verschenen fascinerende boek van de Franse journaliste Anna Erelle, Dans la peau d’un djihadiste. Enquête au coeur des filières de recrutement de l’Etat islamique.

Het is huiveringwekkend eenvoudig, blijkt. Ze deelt een gewelddadig filmpje via haar facebookaccount en wordt prompt benaderd door de jihadist die in dat filmpje pronkt met zijn kalashnikov, zijn stoere tronie en zijn verhalen over dood en verderf. De journaliste verschuilt zich achter het pseudoniem van ‘Melanie’, is eind dertig, maar doet zich voor als een twintigjarige. Deze Melanie is onzeker, dom en wereldvreemd, stiekem aan het facebooken en skypen, in het geheim tot de islam bekeerd, weet niet wat ze met haar leven aanmoet en valt als een blok voor de soldaat van de islam. In no time heeft ze een huwelijksaanzoek van de jihadist binnen, die haar als zijn bezit beschouwt en alles in het werk zet om haar het vliegtuig te laten nemen naar Istanbul en Syrië. Al snel blijkt haar dat haar ‘verloofde’ een hoge positie inneemt in de jihadistenhiërarchie en een directe vriend is van Abou Bakr al-Baghdad, de kalief van IS.
Ruim een maand lang, in het voorjaar van 2014, neemt de journaliste actief de identiteit aan van Melanie, met medeweten van de hoofdredacteur van haar krant. Ze zit in djihab voor haar scherm, een fotograaf legt de gesprekken vast. Langzamerhand wordt ze schizofreen, steeds meer vergroeit ze met haar onzekere alter ego die volledig in de ban komt van haar stoere aanbidder die haar leven stuurt en orders geeft. Hij brengt haar in contact met andere jonge meisjes die ook het plan hebben om naar het Syrische paradijs af te reizen om daar hun held te gaan bedienen. Ze reist naar Amsterdam om via Schiphol te vliegen – komt precies op koningsdag 2014 aan – en haakt daar uiteindelijk af.
Dan breekt de hel los. Langzamerhand begrijpt haar ‘verloofde’ dat hij erin is geluisd. Hij bedreigt haar, zijn woede is enorm, haar angst ook. Maanden later ontdekt ze op internet dat er een fatwa tegen haar is uitgesproken. Ze duikt onder.   


Anna Erelle: Dans la peau d'un djihadiste. Enquête au coeur des filières de recrutement de l'Etat islamique. Robert Laffont.

zaterdag 10 januari 2015

Soumission, Michel Houellebecq

Toevallig zat ik in de trein naar Parijs, afgelopen woensdag 7 januari. Een Franse journalist belde mij om mijn mening te vragen over Soumission, de nieuwe roman van Michel Houellebecq die op die dag zou verschijnen. Een half uur later belde hij weer: of ik al gehoord had van de aanslag op Charlie Hebdo, het satirische tijdschrift dat in zijn recentste nummer een caricatuur van Houellebecq had gepubliceerd. De afspraken die ik had met uitgevers en anderen uit het boekenvak gingen door, de een was in tranen, de ander razend, de volgende uitermate angstig. De metro's waren opvallend leeg, de stilte voelbaar.
Die ochtend toonde de voorpagina van nrc.next de Arc de Triomphe omgevormd tot moskee, de NRC liet een gefotoshopte panoramafoto zien van Parijs met tientallen minaretten.


De conclusie van mijn stuk over Soumission luidt: 'Soumission heeft niets van de apocalyps die Houellebecq schetste in Mogelijkheid van een eiland of van de milde toekomstvisie op een land dat verandert in een museum, zoals in De kaart en het gebied. Het is geen briljante roman – daarvoor is hij te schematisch, te artificieel. Het is ook geen pontificale aanval op de islam in de geest van eerdere uitspraken van Houellebecq – integendeel. Soumission heeft nog het meeste weg van een politieke ideeënroman met een wake-up call: wat hebben wij eigenlijk over voor het voortbestaan van onze beschaving en onze democratie?'
Het hele stuk, alsmede dat van Peter Vermaas dat op dezelfde dag verscheen, kunt u teruglezen via nrc.nl (€).

woensdag 24 december 2014

Fototentoonstelling van Michel Houellebecq: Before landing

Before landing heet de fotoexpositie in het Pavillon Carré de Baudouin, in het 20e arrondissement van Parijs. Ver weg van de hippe galeries en van de grote musea toont de mairie van het meest multiculturele deel van de Franse hoofdstad, in een oude ‘folly’ foto’s van Frankrijks meest omstreden schrijver. 



Sinds Lanzarote en vooral sinds zijn roman La carte et le territoire was duidelijk dat Houellebecq gefascineerd wordt door het landschap, dat als het ware een personage vormde in zijn laatste roman.
De hoofdpersoon van La carte et le territoire is een beeldend kunstenaar, Jed Martin, een nogal contactgestoorde buitenstaander zonder veel vrienden, een man die in alle opzichten verwant is aan Houellebecqs eerdere personages. Zijn vroege werk op de kunstacademie en in de jaren erna bestaat uit het maken van 11.000 foto's van gebruiksvoorwerpen, een 'hommage aan de menselijke arbeid' en een poging tot een 'volledige catalogus van door de mens gefabriceerde objecten in het industriële tijdperk'.  Jeds moeder pleegde zelfmoord toen hij nog een kind was. Een keer per jaar, op oudjaar, zoekt hij zijn bejaarde vader op, een architect  en succesvol ondernemer die even buiten de stad woont. Na het bericht van het overlijden van zijn grootmoeder reist Martin naar het platteland, de Creuse, waar ze woonde. Hij koopt een Michelinkaart om de route te bepalen en raakt in vervoering van deze wegenkaart. Deze 'esthetische openbaring' leidt tot zijn volgende fotografische project en zijn doorbraak als kunstenaar. Satellietfoto's laten slechts een 'groene soep' zien in tegenstelling tot zijn eigenzinnige foto's van de Michelinkaarten. 'Het platteland wordt trendy', merkt de verteller op - een rode draad in de hele roman. De titel van zijn eerste expositie, gesponsord door Michelin, luidt 'De kaart is interessanter dan het territorium'. In zijn epiloog vergast Houellebecq ons op een toekomstvisie, een jaar of 20 verder in de tijd. De globalisering heeft ons gedwongen terug te keren tot het pre-industriële tijdperk, Europa wordt weer agrarisch. Frankrijk heeft alleen nog zijn 'hôtels de charme, parfums en pastei' te bieden,' wat men levenskunst noemt'. In de geest van 19e eeuwse socialistische hervormers, zoals Fourrier en William Morris worden kleine ambachten en lokale produkten weer opgepakt. Nieuwe generaties gaan weer respectvol met geld om, keren terug naar zeden en gewoonten uit vroeger tijden.


Het zijn aan deze roman verwante foto’s die je aantreft op de fototentoonstelling in Parijs: koeien in een weiland, echte en keramieken, duistere bossen, mistige meren, maar ook een hele serie foto’s van affiches van Frankrijk op zijn smalst: kaas, stokbrood en folklore. Sommige foto’s beslaan een wand van een meter of vijftien en zijn worden afgewisseld met citaten uit zijn werk. Een fabriek van Camembert. Foto’s genomen vanaf grote hoogte, net zoals de Michelinkaarten gefabriceerd moeten zijn. Foto’s gemonteerd in foto’s. Tekst gemonteerd in tekst. Een video die laat zien hoe Frankrijks industrieel erfgoed staat te roesten.






De laatste decennia van zijn leven wijdt Jed Martin zich aan een kunstproject van lange adem. Jarenlang filmt hij de natuur, daarna kiest hij voor industriële voorwerpen wier afbraak hij met chemische middelen versnelt. Vervolgens legt hij die opnames over elkaar heen. Het leidt tot hypnotiserende beelden waarin de voorwerpen verrotten, in elkaar schrompelen, verdrinken in de lagen van de vegetatie. Ashes to ashes. Terug naar de natuur. Niets is vergankelijker dan de mens. Niets wat de mens heeft voortgebracht is blijvend van aard. Frankrijk is wel mooi, maar het verandert in een museum. Frankrijk als natie doet er niet meer toe in de wereld.

Tot 31 januari
http://www.carredebaudouin.fr/2014/10/michel-houellebecq-before-landing/