donderdag 29 mei 2014

In gesprek met Marie Desplechin, Assises du Roman, Lyon

Op vrijdag 23 mei mocht ik een openbaar gesprek voeren met Marie Desplechin, auteur van boeken voor volwassenen, adolescenten én kinderen. Hier verscheen onder andere haar roman Sans moi/Zonder mij in Nederlandse vertaling. Het gesprek werd bepaald door prachtige beelden en citaten van grote, dode auteurs uit de onvolprezen archieven van de INA. De 14 gekozen fragmenten - een soort zomergastenformule - hielden bijna 600 bezoekers ademloos in hun ban. We zagen onder meer beelden van Françoise Sagan, Clara Malraux (zie foto hieronder, van Bertrand Godillère), Jean Cocteau, Gabriel Garcia Marquez, Régine Desforges et Miguel Angel Asturias. Steeds vroeg ik Desplechin te reageren op hun uitspraken, hun werk, waarop ze stralend reageerde, vol verhalen en vol humor.


Voor meer info: http://www.villagillet.net/portail/air/actualites/

zondag 25 mei 2014

Impressie van boekpresentatie Spiegelbeeld en schaduwspel. Het oeuvre van Hella S. Haasse


Al diegenen die helaas niet meer aanwezig konden zijn bij mijn boekpresentatie op 20 mei j.l. in NRC café restaurant, kunnen toch een indruk krijgen van de avond:

https://www.youtube.com/watch?v=U0Zp8ua9Cq8



maandag 19 mei 2014

Spiegelbeeld en schaduwspel - Het oeuvre van Hella S. Haasse

Vandaag verschijnt Spiegelbeeld en schaduwspel, mijn portret van het oeuvre van Hella S. Haasse.






Het oeuvre van Hella S. Haasse (1918-2011) is groots, omvangrijk en enorm gevarieerd. Vrijwel iedereen kent Oeroeg - maar wie las de essays van Haasse over de schrijvende vrouw? Welke relatie had Haasse tot Indië, waar ze geboren werd, en Frankrijk, waar ze tien jaar woonde? Wat bedoelde Haasse als ze het over haar ‘daimoon’ had? Waarom zijn de meeste huwelijken bij Haasse een mislukking? Wat hebben Haasses historische personages gemeen en waarom was de schrijfster zo gepassioneerd door het verleden? Wat betekende de verbeelding eigenlijk voor haar en wat onderzocht ze met haar schrijverschap?
Margot Dijkgraaf werd al jong gegrepen door Haasses werk. Ze maakte in 1989 kennis met de schrijfster en voerde de laatste tien jaar van Haasses leven zeer regelmatig gesprekken met haar. In Spiegelbeeld en schaduwspel bespreekt ze de belangrijkste thema’s uit het oeuvre en laat ze Haasse zelf aan het woord. Het boek is daarmee niet alleen een rijk geschakeerd overzicht van een monumentaal oeuvre, maar ook een persoonlijk portret van een van de grootste auteurs uit onze literatuur.

Margot Dijkgraaf is romanist en freelance literatuurcriticus voor nrc Handelsblad, directeur van de Boekmanstichting in Amsterdam en intendant bij de Nederlandse Ambassade in Parijs. Zij publiceerde eerder onder meer Franstalige literatuur van nu, De pen van Europa, Nooteboom en de anderen en verzorgde samen met Patricia de Groot Uitzicht en Inkijk, de twee delen essays en beschouwingen in het Verzameld werk van Hella S. Haasse.

‘Hella S. Haasse heeft een blijvende betekenis voor de Nederlandse literatuur; Margot Dijkgraaf laat zien waarom.’ Nelleke Noordervliet


‘Margot Dijkgraaf schreef het eerste boek over het werk van Hella S. Haasse dat een prachtig thematisch overzicht én een spannende inkijk biedt in “het geheim Haasse”.’ Joke J. Hermsen

zondag 11 mei 2014

Paul Scheffer versus Alain Finkielkraut over Europa en haar grenzen


Op 6 mei j.l. organiseerde ik, in het kader van de intellectuele uitwisseling tussen Frankrijk en Nederland, de vierde avond in Parijs: Alain Finkielkraut en Paul Scheffer spraken over Europa, migratie en identiteit.
Voor een impressie:

https://www.youtube.com/watch?v=tmAlA6efRHU&feature=youtu.be


Frontières nationales et identités européennes. Rencontre entre Paul Scheffer et Alain Finkielkraut
Débat / le mardi 6 mai 2014 / 19h - 20h30
Maison de l’Europe de Paris / 35-37, rue des Franc-Bourgeois / 75004 Paris

« La place rapidement changeante de l’Europe dans le monde, quel impact aura-t-elle sur sa diversité ? Quel sera l’avenir des frontières internes de l’Europe si sa frontière externe se trouve sous une pression augmentant ? » Voilà quelques questions que Paul Scheffer pose dans son essai récent sur La vitalité cachée de l’Europe.

Paul Scheffer, essayiste et professeur à l’Université de Tilburg (Pays-Bas), est l’un des plus grands spécialistes néerlandais quant à la question de l’immigration, du multiculturalisme et de l'identité. Son essai sur Le drame multiculturel (2000) ainsi que son livre La terre d’accueil, publié en 2007, ont suscité un vif débat aux Pays-Bas.

Scheffer rencontrera un intellectuel français qui, à travers son œuvre, s’est intéressé à des thèmes similaires: le philosophe et écrivain Alain Finkielkraut, qui vient d'être élu à l'Académie française. Son dernier essai, L’identité malheureuse, (Stock, 2013) tente de comprendre et de formuler une réponse à « la crise du vivre-ensemble » en France et en Europe.


À l’approche des élections européennes, les deux écrivains débattront sur les grandes questions de l'Europe d'aujourd'hui. Françoise Crouïgneau, vice-présidente de l’AJEF (Association des Journalistes Economiques et Financiers) », animera le débat, qui sera suivi d’un verre de l’amitié. Cette soirée, se déroulant en langue française, commencera à 19h, à la Maison de l’Europe de Paris. Elle est organisée par Margot Dijkgraaf, responsable des débats auprès de l’ambassade des Pays-Bas en France.

zaterdag 10 mei 2014

Nacht van de Europese LiteratuurMeer licht. Negen Europese schrijvers over Goethes laatste woorden

wo 14 mei 2014 - 20u30
In de Brakke Grond
Beroemde laatste woorden
'Mehr Licht' zijn de beroemde laatste woorden van Goethe. Met dit citaat in het achterhoofd schreven negen schrijvers uit negen landen een verhaal, een essay of een ander stuk proza. Zij gaan in gesprek o.l.v. Margot Dijkgraaf (SPUI25, NRC) en Jeroen van Kan (VPRO). De teksten worden muzikaal en theatraal bewerkt door Bas van Rijnsoever en kompanen. De voertaal van deze avond is Engels.

Met: Peter Terrin, Annette Pehnt, Ayse Kulin, Jaroslav Rudis, Manon Uphoff, János Bodnár, Fabrice Humbert, Ricardo Menéndez Salmón en Antoine Wauters. De teksten zijn gepubliceerd door Uitgeverij Cossee. Op vertoon van je pas van het Cultuurinstituut betaal je €6 aan de kassa / €4 online. 
Over de auteursDe Franse schrijver Fabrice Humbert is afgestudeerd in de letteren, agrégé en leraar aan het Frans-Duits lyceum bij Parijs. Hij heeft een aantal succesvolle romans geschreven:L'Origine de la violence, Prix Renaudot poche in 2010 (De oorsprong van het geweld) en La Fortune de Sila, Grand Prix RTL-Lire 2011, (Het lot van Sila) beide door Marianne Kaas vertaald en bij uitgeverij Atlas-Contact verschenen. Beide romans worden binnenkort verfilmd. Zijn laatste roman Avant la chute, is in 2012 verschenen.
De Duitse schrijver en literatuurwetenschapper Annette Pehnt woont en werkt in Freiburg. Ze debuteerde in 2001 met de roman Ich muss los, die bekroond werd met de Mara-Cassens-Preis voor het beste debuut van het jaar. Sindsdien heeft ze meerdere romans, verhalenbundels en kinderboeken gepubliceerd, die zowel door het publiek als de pers werden omarmd. In Nederland zijn drie romans verschenen: Eiland 34 (2006), Huis van de schildpadden (2008) en Als jij goud zegt, is het goud (2009). Annette Pehnt heeft diverse literaire prijzen ontvangen, waaronder de Solothurner Literaturpreis (2012) en de Hermann-Hesse-Literaturpreis (2012).
Antoine Wauters, geboren te Luik, studeerde wijsbegeerte. Hij werkt sinds een aantal jaren binnen het uitgeversbedrijf. Zijn boeken zijn in Frankrijk gepubliceerd bij Cheyne en Verdier. Hij werkt eveneens als filmscenarioschrijver en is sinds december 2013 redacteur van de ‘Collection Grise’ bij uitgeverij Cheyne.
Ayşe Kulin is één van de meest succesvolle en meest verkochte Turkse auteurs. In Istanbul studeerde ze af in de literatuurwetenschappen aan het American College voor meisjes. In haar verhalenbundels, biografieën en romans staat ze vooral bekend om haar boeiende verhalen over sociale en politiek controversiële onderwerpen. Gedurende de jaren tachtig werkte ze als tekstschrijver en verslaggever voor diverse kranten en tijdschriften. Daarnaast was ze scenarioschrijver, cineast en producent van films, televisieseries en reclames.
Janos Bodnár werd in Boedapest geboren. Hij heeft bij de Pedagogische Universiteit en de Academie voor journalistiek aldaar gestudeerd. Hij is journalist en schrijver - hij schrijft o.a. voor de literaire bijlage van het dagblad Népszava - en is ook al 25 jaar uitgever. Daarnaast, is hij 20 jaar foto-editor en art director bij verschillende tijdschriften.
Janos Bodnár heeft twee boeken geschreven over Andre Kertész; momenteel is hij bezig met een publicatie over het leven en het werk van beroemde Hongaarse fotografen.
Jaroslav Rudiš, geboren in Tsjechië schrijft romans, toneelstukken en scenario’s en is ook actief als muzikant. Hij studeerde germanistiek, geschiedenis en journalistiek in Liberec, Zürich en Berlijn. Van 2012 tot 2013 was hij gasthoogleraar aan de Humboldt Universiteit (Berlijn). Rudiš schrijft in het Tsjechisch en het Duits en leeft afwisselend in Tsjechië en Duitsland.
De Nederlandse Manon Uphoff heeft o.a. literatuurwetenschap in Utrecht gestudeerd. Manon Uphoff debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte, die op de shortlist van de AKO Literatuurprijs terechtkwam. Daarop volgde drie romans, drie verhalenbundels en twee novellen. De roman Gemis stond op de shortlist van de Libris Literatuurpijs. Voor de novelle De ochtend valt kreeg Uphoff de Opzij Literatuurprijs. in 2013 verscheen de verhalenbundel De zoetheid van geweld.

Peter Terrin is een Vlaams schrijver. Hij schreef twee verhalenbundels en vier romans. Zijn recentste roman Post mortem is zeer lovend ontvangen en is genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2012. Zijn vorige roman, De bewaker, haalde de longlist van de Gouden Uil en AKO Literatuurprijs, en de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2010. Uiteindelijk won het boek de European Union Prize For Literature 201O. De vertaalrechten zijn verkocht aan vooraanstaande uitgevers in twaalf landen; het boek zal onder meer verschijnen in het Engels, Frans, Italiaans en Hebreeuws. De stijl van Terrin wordt vaak vergeleken met die van Kafka, Willem Frederik Hermans en Albert Camus.
De Spaanse Ricardo Menéndez Salmón werd geboren in Gijón en studeerde filosofie aan de Universiteit van Oviedo. Hij schrijft voor de kranten ABC, El Confidencial en La Nueva España, en de tijdschriften El Mercurio, Quimera en Tiempo. Naast een reisboek, Asturias para Vera (Imagine, 2010), heeft hij twee verhalenbundels geschreven: Los caballos azules (Trea, 2005) en Gritar (Lengua de Trapo, 2007). Bovendien heeft hij de volgende romans op zijn naam staan: La filosofía en invierno (KRK, 1999 y 2007), Panóptico (KRK, 2001), Los arrebatados (Trea, 2003), La noche feroz (KRK, 2006; Seix Barral, 2011), Trilogía del mal —bestaande uit La ofensa (Seix Barral, 2007), Derrumbe (Seix Barral, 2008) en El corrector (Seix Barral, 2009)—, La luz es más antigua que el amor (Seix Barral, 2010), Medusa (Seix Barral, 2012)en Niños en el tiempo (Seix Barral, 2014).
De voertaal van deze avond is Engels / Georganiseerd door EUNIC en mede mogelijk gemakt door de vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland / Fotocaroussel: Antonie Wauters, Jaroslav Rudis, Peter Terrin en Ricardo Menéndez Salmón
Reserveren: http://www.brakkegrond.nl/programma/1389/Nacht_van_de_Europese_Literatuur/Meer_licht_Negen_Europese_schrijvers_over_Goethes_laatste_woorden/

dinsdag 22 april 2014

Bovary21 - Emma Bovary aan het begin van de 21e eeuw

Essay, blog, reflectie op de consumptiemaatschappij, hilarische dialoog met een verre fictieve voorouder - dat alles is Bovary21, een  bizarre roman van Georges Lewi, verschenen bij de onbekende uitgeverij François Bourin.  Het boek speelt met tijd en plaats, gooit allerlei vocabulaires door elkaar, ontregelt en boeit. De vertelster is Emma7, de zevende nakomeling van Emma Bovary, die, als bekend, in Flauberts boek zelfmoord pleegde door arsenicum te nemen. Nummer één tot en met zes - allemaal zijn ze op hun 27e om het leven gekomen. Ze horen tot de fameuze club van 27, met Kurt Cobain, Jimi Hendrix en Jim Morrison. Emma7 is zich ervan bewust dat haar eenzelfde lot beschoren zou kunnen zijn. In een groot deel van het boek richt ze zich in de jij-vorm tot haar oermoeder, ze kent iedere zin uit Madame Bovary en refereert er in haar tekst voortdurend aan. Alle zinnen uit de roman echoën na in dit boek.


Bovarysme - in onze tijd geldt het als een fenomeen dat bij jonge mensen wordt geconstateerd, een gevoel van onbehagen, ontevredenheid, het idee niet te voldoen aan de hoge verwachtingen die men van zichzelf heeft, onvrede over het idee dat men niet op zijn merites wordt geschat. Het kind is opgevoed als prinsje, hij wordt geprezen, er wordt naar hem geluisterd, autoriteit is uit den boze. Dan komt de kennismaking met de maatschappij hard aan.
Emma7 is een kind van haar tijd: ze is een kei in marketing, is ideeënrijk en beheerst alle verkooptechnieken tot in de puntjes. Als stagiaire bij Gody (een wereldwijde fabrikant van blikjes te zoete frisdrank), zet ze in opdracht van haar baas Charles een nieuwe 'duurzame' verkooplijn uit, waarmee de blikjes een zogenaamd groen imago zullen krijgen. Er is uiteraard niets duurzaams, laat staan iets groens aan het produkt - het gaat om de winst, de verkoop, de marge. Langzamerhand komt Emma7 terug van haar gewetenloze marketingtechnieken. Ze doet ervan verslag ophaar wereldwijd gelezen blog en neemt zo het voortouw in een proces van bewustwording van haar generatie.
In die blogs karakteriseert ze haar tijdgenoten, 'les nouveaux Bovary', geboren rond 1990, groot geworden met wikipedia en google, zonder enig historisch besef, onzeker en zoekend naar houvast. En toch - wat is er nu écht voor nieuws onder de zon? Haar Charles lijkt precies op de Charles van haar verre voorouder, en ook de charmante Rodolphe is niets veranderd. Emma7 mag dan duizenden vrienden hebben op facebook en honderdduizenden volgers op twitter - veel gelukkiger is ze niet. Bovary21 is geestig én verontrustend, hilarisch én to the point.

George Lewi, Bovary21, Editions François Bourin.


zondag 13 april 2014

Pierre Rosanvallon en zijn pamflet over het parlement van de onzichtbaren

De bestuurder van de metro die door de donkere krochten van Parijs rijdt, de leverancier die uitgescholden wordt omdat zijn vrachtwagen voor opstoppingen zorgt, de voortijdige schoolverlater die als arbeider in een opslagplaats terecht komt - al deze mensen doen hun verhaal in een van de boekjes uit de serie Raconter la vie. Tientallen anderen vertellen over hun dagelijks leven op de gelijknamige website. Ze zijn onderwijzer, verpleegster, vertegenwoordiger of advocaat, ze wonen in de banlieue of op het platteland, ze zijn zwart, gescheiden, werkeloos, theatergek, boos of bevlogen. Zoveel mensen, zoveel verhalen. 'De échte roman van de samenleving van nu', verkondigt de homepage van de website enigszins provocerend. Wie wil weten hoe Frankrijk ervoor staat, hoe het leven van de gemiddelde Fransman eruit ziet, hoeft, met andere woorden, alleen maar zijn verhaal te lezen.



Dat is het uitgangspunt van het manifest van de Franse socioloog Pierre Rosanvallon, een autoriteit op het gebied van democratie en democratisch burgerschap, een Europese links-geëngageerde, politieke denker, verbonden aan het Collège de France en twee jaar geleden in Nederland onderscheiden met de Spinozalens. Steeds weer wijst hij in zijn werk op de erosie van het vertrouwen in de politiek - volgens hem niet per se negatief - en duidt hij de opkomst van het populisme en het verzet tegen de elite. In de Nederlandse introductie op zijn werk, Democratie en tegendemocratie, betoogt hij onder andere dat Europa niet democratischer wordt via instituties. Juist de maatschappelijke pluriformiteit moet meer tot uitdrukking komen: moderne, kritische burgers moeten permanent hun stem verheffen, hun politieke leiders controleren, reageren als hen iets niet bevalt.
Met zijn manifest blijft het niet bij constateren en duiden, maar onderneemt Rosanvallon daadwerkelijk actie. De politiek is niet in staat effectief op de enorme veranderingen in de maatschappij te reageren, vindt hij, de burger voelt zich onbegrepen en in de steek gelaten, niet gehoord en buitengesloten. De burger is, kortom, onzichtbaar, hij doet niet mee. Het 'parlement van de onzichtbaren' dat hij in het leven roept, geeft hem een stem, laat hem zijn verhaal vertellen.
Zoals David van Reybrouck in zijn boek Tegen verkiezingen betoogde dat het concept van de democratie onder druk staat, meent ook Rosanvallon dat het huidige systeem niet meer voldoet: hoe vorm te geven aan een democratie waarin het volk minder 'leesbaar' is geworden, waarin alles draait om het individu, het persoonlijke? Door middel van een 'narratieve democratie', denkt Rosanvallon, een democratie waarbij de stem van de burger zich niet beperkt tot het moment van de verkiezingen, maar een waarin hij voortdurend zijn stem laat horen.
Daarbij plaatst de socioloog zich nadrukkelijk in de literaire traditie. Vooral voor de roman ziet hij een rol weggelegd, voor het 'récit' om precies te zijn. Al in de negentiende eeuw verscheen de Encyclopédie morale du XIXe siècle, Les francais peints par eux-mêmes, een reeks van mer dan vierhonder geïllustreerde teksten, alle toegespitst op ‘types’ en ‘karakters’ van die tijd (postbode, scharensliep, zijdeverver, kantoorbediende). De vorm van de ‘morele encyclopedie’ sloot aan bij de toen heersende mode van de zogenaamde ‘fysiologieën’, korte geestige karakterschetsen waarop alle toen beroemde schrijvers zich toelegden. De reeks wilde de lezers een sociaal panorama van hun eeuw verschaffen – literatuur als spiegel van de maatschappij.
Maar Rosanvallon plaatst zijn initiatief in een bredere traditie. Hij refereert ook aan Dickens, Thackeray en Trollope, auteurs die hun lezers een waarachtig beeld van hun tijd wilden voorschotelen. Dat ook politici het belang van schrijvers, dramaturgen en andere kunstenaars kunnen inzien, illustreert Rosanvallon met het Federal Writers' Project van Franklin D. Roosevelt. Na de crisis van 1929 gaf de Amerikaanse president  zo'n 6000 kunstenaars opdracht  een portret van het land te vervaardigen, wat resulteerde in een reeks gidsen die niet toeristisch van aard waren, maar eerder sociologisch. Het ging om het leven van de 'gewone Amerikaan'.
In de recente Franse literatuur ontdekt Rosanvallon ook een aantal auteurs die volgens hem sociologisch te werk gaan. Annie Ernaux, Pierre Michon en François Bon nemen allemaal de gewone of marginale mens als uitgangspunt voor hun werk. Verder wijst hij op het succes van de policier in Frankrijk en van onderzoeksjournalisten als Florence Aubenas. Ook buiten Frankrijk ziet hij een terugkeer naar 'récits de vie', verhalen met een nauwere band met de werkelijkheid. In Nederland zou je kunnen denken aan het succes van het concept 'waar gebeurd' en de documentaire non-fictie.    
Literatuur is, volgens Rosanvallon, essentieel in de ontwikkeling van de democratie, zij heeft een morele en politieke functie in het scheppen van een gemeenschappelijke wereld. Zij geeft mede vorm aan het Europa van morgen. De samenleving moet worden verteld, betoogt Rosanvallon - dat is niet alleen de taak van de literatuur, maar ook van de wetenschap, de pers en de film. In onze tijd worden kunst en cultuur gedwongen hun maatschappelijk nut aan te tonen - Rosanvallon verschaft hier een mogelijk antwoord. De kunstenaars hebben zich tot nu toe niet laten horen. Dat kan nog een interessant debat opleveren.  


Pierre Rosanvallon, Le parlement des invisibles. Seuil. 69 blz. www.raconterlavie.fr.
Van dit stuk stond een ingekorte versie in NRC Handelsblad van 4 april j.l.